STRIJP-S

NAGELKERKE 
 
Mijn vader Jan Nagelkerke geb. 29-8-1917 Henriettestraat Philipsdorp werkte op  Strijp-S in 1936 en maakte versterkers in gebouw SAN-4 en hoopt in augustus 2012 zijn 95e verjaardag te vieren. 
Zijn Opa Jan was de eerste veldwachter in het Philipsdorp en vanuit Zeeland gekomen maar wel in Philipsdienst; echter kreeg een uniform om meer gezag uit  te dragen. 
Mijn vader Jan (en zoon van Piet die toen bij "Licht" werkte) werd voor het uitbreken van de 2e wereldoorlog opgeroepen als militair en toen Nederland bezet werd is hij enige tijd krijgsgevangen geweest in Leerdam.
Omdat Philips voor de Duitsers moest werken en er niet genoeg arbeidskrachten waren is hij weer naar huis gestuurd om op Strijp te werken. Hij heeft het Veemgebouw nog zien bouwen. 
 
Maakte in het geheim radio kristal ontvangers in een shagdoosje waarmee je naar de BBC kon luisteren. Aan de zijkant zat een klein gaatje waar je een hoordopje kon aansluiten. Hij maakte er 3 en heeft er eentje geruild met de slager die in het verzet zat en kreeg daarvoor een paar pond vlees. 
Ook heeft hij de Zeppelins over de fabrieken zien komen. Vanaf het dak kon je ze tot Helmond volgen. Hij weet te vertellen dat er afweergeschut stond op de daken van de gebouwen. In de oorlog kwamen de commercieanten en leiding op de begane grond te werken i.p.v. op de bovenste etage (na de oorlog werd dat weer omgekeerd). 
Er lag ook een spoorlijn voor de gebouwen om de goederen af en aan te voeren (waar je wel eens met de wielen van je fiets in kwam). Bij de ingang aan de Glaslaan stonden links en rechts portiershokjes. Links voor Philipsportiers en rechts voor Duitse politie. Mensen werden binnengeroepen voor visitatie.
Een keertje moest mijn vader naar binnen en afgetast. De Nederlandse portier keek hem in de ogen en stuurde hem weer weg. Thuisgekomen bemerkte hij dat hij een radiolamp in zijn zak had zitten welke hij daar per ongeluk had ingestopt. De portier had hem laten gaan zonder hem te verraden. 
 
Janís broer Adriaan was naar Berlijn afgevoerd, echter tijdens een bombardement daar gevlucht en 's nachts de gehele weg teruggelopen, 800 km! Deze Adriaan mocht illegaal bij Philips werken op SAN en als er Duitse razzia's waren verstopte hij zich in een papierkist en heeft daar wel eens een hele dag gezeten. 
Mijn vader heeft ook het Engelse vliegtuig gezien die bij hen in het gebouw gevlogen was. De piloot was geheel verbrandt en verkoold. Als je over de gangen liep kwamen er allemaal kleine blauwe vlammetjes onder de schoenen vandaan omdat er fosfor was vrijgekomen. 
Ook heeft hij luchtgevechten gezien van de vliegtuigen die elkaar achterna zaten  tussen de gebouwen door en lager vlogen dan de daken. Het afweergeschut moest gedraaid worden en wachten totdat het vliegtuig om de hoek kwam die door een Duitse jager achterna gezeten werd. Toen een vliegtuig de hoek omkwam was dat plotseling het Duitse vliegtuig wat per ongeluk werd neergeschoten. 
Tijdens de staking is mijn vader vaar de Glaspoort gelopen, echter niet naar binnen gegaan zoals een buurjongen uit de Lijmbeekstraat dat deed en die later bij de geŽxecuteerden hoorde met een stuk of 5 anderen.
Mijn moeder woonde ook in de Lijmbeekstraat en had 's ochtends nog naar die jongen gezwaaid toen hij voorbij hun raam liep. Ze waren tegen de muur van de Glasfabriek doodgeschoten en 's ochtends was het bloed nog zichtbaar aanwezig. Op SAN-p heeft nog lang een plaquette met de namen aan de muur gezeten die ik echter nooit meer heb terug gezien. 
 
Peter Nagelkerke (20-9-1942) kwam in 1960 bij Philips te werken. Aangenomen in Gebouw SL-6 wat helaas is afgebroken (eerste gebouw achter de Glaspoort en  gelijk aan de gebouwen SBP, SAN, SK). 
Het Veemgebouw zou geheel anders uitgevoerd worden met lage verdiepingen. Indertijd moest ook op zaterdagochtend gewerkt worden en om 12 uur 's middags dromden de fietsers met grote haast over een gehele brede straat uit de poorten om van daaruit uit te waaieren naar de verschillende wijken. 
 
STATUS 
 
Er waren inderdaad allemaal rangen en standen zichtbaar. Arbeiders droegen een blauwe overall en vaklieden een blauwe of gele jas en moesten 's ochtends om 08.00 uur beginnen tot 17.00 uur. Als mensen vroegen wat doet hij bij Philips werd er bv. gezegd: "Hij heeft een goede baan want hij heeft een blauwe jas!" Onderbazen kregen een grijze jas en chefs, laboranten en tekenkamer-personeel een witte jas.
De dames droegen gekleurde schorten. Ieder had 2 stuks die elke week naar de wasserij gingen. 
Kantoorpersoneel zat aan bureaus op de grote kantoren maar als je promotie maakte kwam je met 2 personen op een kamertje te zitten.
Een naamsvermelding in het telefoonboek betekende "dat je iemand wasĒ. Namen werden op de glazen deuren geschilderd. Soms waren de deuren van matglas met een transparant rondje op ooghoogte zodat iedereen kon zien wat er binnen afspeelde.Het was een hele promotie als iemand alleen op een kamertje mocht zitten en helemaal als je het bureau schuin mocht zetten. De toppers kregen zelfs een bureau met een "buikje"; dat was een halfronde uitsparing aan de zitkant. 
 
PORTIERS/BEWAKING 
 
Aan alle poorten stonden portiers in uniform. Ze noteerden als je 's ochtends te laat kwam en controleerden legitimatiebewijzen. Het was tenslotte een verboden stad voor anderen. Af en toe werd er iemand naar een kamertje gestuurd om gevisiteerd te worden. Had je wat meegenomen dan volgden uitbranders door de chef en een rapport in je persoonlijke dossier in het archief bij afdeling personeelszaken. Bij diefstal volgde meestal ontslag. Het kwam ook wel voor dat collegaís die de pest aan je hadden bv gereedschap in de tas stopten zonder dat je het in de gaten had en als je dan gepakt werd kon je dat niet zomaar uitleggen. 
Ook verdween van een afdeling regelmatig stukjes gouddraad en niemand kon uitvinden hoe dat uit de poort werd meegesmokkeld. Totdat men bemerkte dat een werknemer zijn broodtrommeltje ermee vast bond op zijn bagagedrager.
Mensen die wilde stelen waren soms zeer vindingrijk. Portiers waren meestal geen geliefde mensen, alhoewel iedereen wel begreep dat ze nodig waren. Ooit was een jongen gepakt in een winkel waar hij papier en kleurpotloden gestolen had. Deze jongen moest naar het politiebureau en zijn vader werd erbij  gehaald. Deze was boos op die jongen en zei: "Had dat toch gezegd dan had ik het van Philips meegenomen". Want dat beschouwde hij niet als diefstal.
Rond de Sinterklaasdagen verdween opmerkelijk veel tekenmateriaal in die tijd. 
 
TIKKLOK 
 
Bij binnenkomst waren er grote houten tikklokken met een messing handel. Links en rechts kaartenbakken voor in en- uitgaand personeel. De kaart werd in een gleuf gedaan en dan een klap op de handel voor de tijdsregistratie. Mocht je te laat wezen dan kleurde de tijdsafdruk rood. De kaart ging in de rechterbak. Het was altijd haasten en soms lieten mensen voor elkaar de kaart intikken. Natuurlijk verboden maar gebeurde nogal eens. 
 
LIFTRIJDERS
 
Alle grote gebouwen hadden vracht en persoonsliften die bediend werden door zgn. liftrijders en ook in uniform. Vaak waren het mensen met 1 hand of missende vingers omdat ze een ongeluk hadden gehad in de fabriek. Je kon ze herkennen aan zwarte lederen handschoenen. Deze mensen kenden iedereen en op welke etage ze eruit gezet moesten worden. Ook namen ze wel pakjes mee die dan op de juiste verdieping eruit geschopt werden want bukken was er niet bij. Ze hoorden bij het ochtend- en avondritueel.
 
 
PERSONEEL
 
Arbeiders werden per week betaald en kantoorpersoneel maandelijks. Er waren speciaal mensen aangesteld die een geldkist ophaalden en met kaarten per persoon hun loonzakje overhandigde en de administratie bijhielden. Lange rijen stonden te wachten tot ze aan de beurt waren.
De grap ging dat deze zakjes van uien-papier gemaakt werden omdat je tranen in je ogen kreeg als je ze opende.
Veel personeel kwam van buiten Eindhoven. Vooral Belgisch werknemers, voornamelijk de meisjes/vrouwen. Ze werden met V.I.P.R.E. bussen in hun steden en dorpen opgehaald en op grote parkeerterreinen in de buurt van de fabrieken afgezet en opgehaald. 
Indertijd was er bij de grensovergang ook douane want er werd nogal gesmokkeld over en weer of noem het ruilen.
Boter was in BelgiŽ duur en de dames verstopten dat onder hun kleding of speciale BH. De douanebeambten mochten de dames niet fouilleren maar hadden wel zo hun verdenkingen als de dames "gevulderĒ BelgiŽ weer binnen wilden komen. Soms werden ze dan in een vrij warme ruimte gezet voor enige tijd totdat de boter begon te smelten. 
 
Veel mensen indertijd gingen naar avondscholen om op die manier hun kennis bij te spijkeren en diplomaís te halen. Niet veel naoorlogse mensen hadden de kans gehad om "door te leren".
Anderen hadden krantenwijken of werkten 's avonds bij andere bedrijven zoals "de PICUSĒ. Of ze deden reparaties van radioís of TV ís aan huis of zelfs schoenen repareren. Als 18 jarige verdiende je 33 gulden schoon per week en daar spaarde men dan nog vaak 7 gulden van. Als je goed je best deed kreeg je een opslag van 200-250  gulden per jaar. Een 16 jarig winkelmeisje verdiende 18 gulden.
Maar dat ging wel snel veranderen. 
Veel mensen werkten aan de lopende band en deden "stukwerkĒ wat betekende dat je betaald werd per geleverde dienst. Om te kijken of dat snel genoeg gebeurde waren er de zgn. calculators die met een chronometer in de hand de tijd opnamen en keken of er snel genoeg gewerkt werd. Er kwam dan een gemiddelde uit waar iedereen minstens aan moest voldoen. De kunst was om onopvallend langzamer te werken als die controleur er was om daarna snellere productie te leveren en wat extra te verdienen. Ook waren er in de pauze mensen die in de middagpauze banden plakten want dat gebeurde nogal eens. Of dat je vlug je haren kon laten knippen. Veel mensen hadden dan ook ongeveer dezelfde haardracht en een kappersdiploma was niet nodig. 
Er waren ook verbandposten van het bedrijf voor eerste hulp want er waren ook nogal wat kleine ongelukjes met de machines die niet zo veilig waren. 
Het gehele terrein stond vol met fietsenrekken waar je de fiets bijna verticaal in kon plaatsen, zowel links als rechts. Het was wel efficiŽnt maar er waren er zoveel dat het soms moeilijk was je eigen fiets terug te vinden. Grappenmakers verwisselden de fietsen ook wel eens van plaats zodat er een hele tijd gezocht moest worden. Mensen die vroeg kwamen hadden hun favoriete plekje vlak bij de liften. Ze beschouwden dat plaatsje als hun eigendom of deden dat uit gewoonte. De fietsen leken natuurlijk ook allemaal op elkaar dus was het zaak dat je een herkenningspunt had. 
 
Op de bovenste etage van gebouw SL was een ontwikkel en test bureau. In 1962 waren daar de eerste kleuruitzendingen te zien van de kroning van koningin Elisabeth van Engeland op de allereerste proeftoestellen. Ook was er een "DodeĒ testkamer, van binnen bekleedt met schuim, waar akoestische experimenten werden uitgevoerd voornamelijk voor speakers. 
 
COMPLEX VAN ZINTUIGEN 
 
Je zou ook een reukplattegrond van Strijp-S kunnen maken. Mensen werkten op verschillende locaties en brachten hun eigen geurtje mee naar huis en je kon hen eraan herkennen waar ze werkten.
Zoals de Philite Fabrieken waar je de bakeliet-geur kon herkennen, maar ook polyester en thermoplasten.
Het chemisch lab met de zuren en bijbehorende luchtjes voor verchromen en verzinken.
De olie van de machinefabrieken was onmiskenbaar.
De tin-hars-soldeerlucht van de printborden fabricage en het solderen van de verbindingen aan de lopende band met soldeerbouten.
Het gietijzer en cokes van de speakermagneten fabricage en de ovens en smeltkroezen.
De ozon van de lichtdrukkerijen waar de kopieŽn van de werktekeningen werden "afgedruktĒ.
De verf van de schilders die de machines steeds weer schilderden.
Het hout van de kistenfabriek was heerlijk en de exotisch houtsoorten van de modelmakerij.
Het karton van de inpakafdeling.
De muffe lucht van vochtige kelders.
En voor iedereen gold de natte kledinglucht bij regen, want regenkleding was er niet, hooguit een capuchon. 
 
PRODUCTIE 
 
Er liep door de gebouwen een transportrail boven de hoofden langs het plafond waarop de halffabricaten van tv's stonden. Het chassis en kanalenkiezers werden op een afdeling gemaakt en daarna de beeldbuizen aangevoerd en in houten kasten geplaatst en na de assemblage met het front en de afwerking op het einde verpakt in kartonnen dozen. Daar zat ook een sticker op om de bovenkant aan te geven. De sticker was een plaatje van een mannetje dat trouwens precies leek op onze personeelschef met de tekst: "Ik sta graag". 
Vooral gebouw SAN en SK was van RGT (Radio, Grammofoon, Televisie). 
 
DESIGN 
 
Afdeling Vormgeving huisde eerst op SL 6 en daarna op SK3 en rapporteerde via Hr. R. Veersema aan de directie van RGT. Het hoofd Industrie Organisatie was een afspiegeling van de gebroeders Anton en Gerard Philips en er was altijd een duo met een commerciŽle manager en een technisch commerciŽle manager. Ik vond het altijd jammer dat er geen zusje Philips was die verantwoordelijk voor Design was.
De afdeling bestond toen uit ongeveer 30 mensen. Ze waren onafhankelijk geworden van het ontwerpbureau van Hr. L. Kalff die verantwoordelijk bleef voor "Licht". Oorspronkelijk heette de ontwerp afdeling "Arto"; echter bleek dat ook een condoommerk in ScandinaviŽ te zijn en is snel omgedoopt tot Bureau Vormgeving.
Elk land had indertijd hun eigen ontwikkeling, productie en marketing afdeling en een ontwerp bureau, anticiperend op de lokale smaak. Met de komst van Knut Yran (Margaret was zijn secretaresse en rechter- en linkerhand) is getracht om een corporateproduct, standaardisatie en modulaire onderdelen vorm te geven om meer efficiŽntie te verkrijgen maar ook een eenduidig gezicht op de markt. De afdeling heette toen dan ook C.I.D  (Corporate Industrial Design) en toen de verantwoordelijkheid geheel gecentraliseerd werd zelfs C.I.D.C. met de C voor Centre. 
Naarmate de Design afdeling groeide en internationaler werd kwam er een verhuizing naar het Dela-gebouw, maar naar een paar jaar weer terug op Strijp-S  namelijk gebouw SX.
De afdeling zou uiteindelijk groeien tot wel 500 mensen wat recentelijk zeer drastisch is teruggebracht en nu op de Campus en Amsterdam huist  (afgezien van lokale Design studioís). 
De Design afdeling leverde ook de docenten voor de latere Design Academie maar ook voor de faculteiten in Delft ,TU/e etc..   
 
Peter Nagelkerke, juni 2012.