STARS

Augustus 2012 was er de diagnose dat er een kwaadaardige tumor in mijn keel zat. Plaveisel-cel carcinoom en malignant en moest voor bestraling naar het St. Radboud ziekenhuis in Nijmegen voor een 35-malige behandeling.
Dat werd dagelijks reizen tussen Eindhoven-Nijmegen-Eindhoven. 
 
De apparatuur bestaat uit een instelbare en schuivende tafel en een boogarm met verschillende bestralingsapplicaties op de afdeling Radiotherapie. Om steeds in exact dezelfde positie bestraald te worden is een masker met maatwerk gemaakt, welk het hoofd en de schouders op dezelfde plaats houdt als je daarmee ingeklemd bent geworden. 
 
Ook beschreef ik aan mijn contacten hoe de plaats van handeling eruit zag. Het was net of ik in een ruimteschip van Starwars of Space Odyssey 2000 (1968) belandt was, met alle apparatuur, meetgereedschappen, licht, geluiden van tikken, zoemen en sissen en natuurlijk het professionele team van laboranten in hun "ruimtekostuums” en stralingsvrije ruimtes om zich terug te trekken en zich voor de bestralingen te behoeden. 
 
Zo lig je ook even geheel geïsoleerd van mensen in die ruimte. Die zeggen: "tot straks" als ze weg gaan om je na afloop weer te begroeten. 
 
Reeds in 1870 schreef Jules Verne al over het futuristische reizen in de ruimte in zijn boek "Reis om de Maan”. 
 
Op 9 november 2012 "vloog" ik 2 x naar JUNO, want de ruimtes met bestralingsapparatuur hebben namen van sterrenstelsels en -beelden en de mythologie, zoals ORION en RHEA die ik al had gehad. Merknamen en posters met bloemetjes aan het plafond laten zien dat je dan in een andere ruimte bent. 
 
Ik weet dat mijn bestralingsprogramma tot nu toe zeven bestralingsposities heeft rond de tumor om die te beschieten. En is door de radiotherapeut in een computerprogramma ingebracht berekend voor de juiste doseringen. Soms is het 6 tikken, 9 of 12 afwisselend per positie en ik tel altijd de seconden mee. Dan is het ook beter in te schatten hoe lang het gaat duren en wanneer het programma is afgewerkt en ze het positioneringsmasker weer gaan afpellen.
Vandaag was het voor de verandering dus JUNO en volgende week kom TITAN aan de beurt. 
 
 
In 1888 schreef Vincent van Gogh in zijn brieven aan zijn broer Theo en zijn vriend Emile Bernard zijn visionaire gedachten: 
 
"Verondersteld dat er op andere planeten en zonnen eveneens lijnen, vormen en kleuren zijn, blijft het ons geoorloofd een zekere opgeruimdheid te bewaren, met het oog op de mogelijkheid in een ander bestaan onder verhevener omstandigheden te schilderen door een gebeurtenis die misschien niet erger is dan de gedaanteverwisseling van een rups in een vlinder, van de witte larve naar de meikever.Dit bestaan van de schilder-vlinder zou als arbeidsveld een van de ontelbare sterren hebben die na de dood niet moeilijker te genaken zijn, dat de stippen die op de kaart steden en dorpen aangeven, het tijdens ons leven hier op aarde zijn.”  
 
In een andere brief lezen we: 

"Als we de trein nemen naar Tarascon of naar Rouen gaan, nemen we de dood om naar een ster te gaan. Het lijkt me tenslotte niet onmogelijk, dat cholera, niersteen en kanker middelen van hemels vervoer zijn zoals stoomboten, omnibussen en trein aardse vervoersmiddelen zijn.Rustig van ouderdom sterven zou er te voet heen gaan.” 
 
Aldus van Gogh. 
 
Rond 1950 dacht men dat je voor ruimtereizen ongelooflijk grote ruimteschepen moest hebben en eigenlijk een kleine aarde zou moeten bouwen om tussen de sterren te kunnen reizen. Ondertussen weten we dat het gehele DNA van onze wereldbevolking in een vingerhoedje zou passen en dat ook meteorieten dragers van de bouwstenen, zoals van leven zoals aminozuren, met zich meedragen door het heelal. 
De gedachte van Vincent van Gogh is dichterbij dan ooit en ….penetreerde misschien het ruimtestof onze cellen en genen zowel positief als negatief? 
 
Het zijn de factoren van omstandigheden tijd en plaats die bepalend zijn waar en hoe dat leven eruit zou kunnen zien en wat ermee gebeurt.Vooralsnog zijn "de ware sterren" in het Sint Radboud Ziekenhuis wel "de mensen" met hun professionele kennis die me behandelen, met behulp van hun apparatuur, in de tot meer dan de verbeelding sprekende ruimtes. 
 
Maar houden we voorlopig beide voeten op de grond.  
 
Peter Nagelkerke, Eindhoven, 10 november 2012.