MEESTERVERVALSINGEN


Ze zaten jolig bij elkaar op hun stekkie op het terras van de Irish pub in de Jan van Lieshoutstraat in Eindhoven, genietend in het zonnetje  rond de asbak met dikke sigaren en het winkelende publiek voorbijtrekkend.  Guiness, Killkenny, Jameson en Bavaria hadden daartoe bijgedragen. Het was de zoveelste Karel Vermeeren Stichting vergadering met voorzitter Jacques Vermeeren, Bart Schellekens als penningmeester, Frank Stroeken van Holland Art Gallery, Hans Matheeuwsen (de grote man achter het glossy magazine Ē FritsĒ) en Peter Nagelkerke, de gepensioneerde Philips Design medewerker in ruste. 

Ze hadden net te horen gekregen dat alle moeite om Vincent van Gogh te positioneren in Eindhoven niet was geaccepteerd door het Gemeentelijk College en Citymarketing en er klonk ook geen creatieve ambitie omdat te gaan doen. Van Gogh zou niet bij het DNA van Eindhoven passen was de eindconclusie, omdat het niet voldeed aan de criteria Light, Design en innovatie zoals het hoge snelheid fietspad tussen Helmond en Eindhoven. Ondanks alle onderzoek en naspeuringen naar de contacten van Van Gogh met zijn  Eindhovense vrienden uit die tijd tussen 1883 en 1885 en de  toenmalige upper-ten van cultuur en industrie met als uitgangspunt het onderzoek en de geschriften van Karel Vermeeren in zijn boeken daarover. 

Grondige studie was gedaan naar die geschriften en uit "de brieven van Van Gogh" aan zijn broer Theo in Parijs; maar ook de correspondentie met vriend Anthon van Rappard, maar ook betreffende de antropologische aspecten en de verbindingen met het heden als rode draden. De brieven van moeder van Gogh, waarbij ze naar Theo in Parijs schreef dat ze zo blij was dat Vincent ondanks zijn isolement in hun dorpje eindelijk conversatie had gevonden bij deze Eindhovenaren en aan wie hij ook les zou geven. Er waren  de ooggetuige verslagen van de indertijd jonge vriend en lithograaf Dimmen Gestel van de gelijknamige drukkerij waar onder andere de litho van "de Aardappeleters"  was vervaardigd en in 15 afleveringen opgetekend in het Eindhovens Dagblad.  En ook nog  de brieven van Anton Kerssemakers aan Plasschaert  in de Groene Amsterdammer met zijn beschrijving van hun bezoek aan Antwerpen en Amsterdam en hoe het atelier van Vincent bij koster Schafrat eruit gezien zou hebben. 


Er was veel tijd en moeite besteedt aan het onderzoek welke contacten en op welke plaatsen de werken door van Gogh in die periode gemaakt waren samengebracht en beschreven in een publicatie van "Vincent van Gogh & Eindhoven" door Peter Nagelkerke en Willem van der Sommen.    

De antropologische aspecten en de filosofische onconventionele gedachten die Vincent indertijd in zijn brieven ventileerde waren in het rapport naar de Gemeente nauwelijks aan bod gekomen. 

Bekend was ook dat Vincent vaak bij Anton Kerssemakers in zijn atelier aan huis  aan de Parallelweg was gekomen en er samen met Toon Kers, waarmee hij een hechte vriendschap kreeg, vele stillevens had gemaakt maar ook de oude opslagplaats van het station had geschilderd vanuit Toonís atelier, wat Toon altijd zou bewaren als voorbeeld. 


Vincent bracht zelfs zijn beroemdst geworden schilderij "de Aardappeleters" naar Toon voor tenminste een weekje, omdat hij bang was om het te verprutsen als hij eraan door zou werken,  schreef hij aan Theo.  

Maar hoe komen we aan het "origineel" van "de Aardappeleters"? Door Toon Kerssemakers was de grote vraag en hoe copieer je dat. Volgens Bart zou hij dat wel kunnen organiseren met de Vrienden van het van Abbe Museum dat er een van Gogh tentoonstelling zou komen in Eindhoven. Frank zou er voor  kunnen zorgen via zijn contacten in de kunstwereld dat er minstens een stuk of 50 van GoghĎs in bruikleen gegeven zouden worden.

 

Allen waren het er wel over eens dat ze niet zomaar met hun vijven dat zouden kunnen regelen en dat er machtige hulptroepen  nodig waren van de "hot shots" van Eindhoven.

Peter kwam met het plan om een mobiel lab te bouwen tezamen met VDL in een hightech Phileasbus met geblindeerde ramen en een supersnelle scanner. De schilderijen zouden dan op een nacht digitaal gekopieerd  moeten worden als de bus  geparkeerd stond  naast het museum en ingescand worden door een hoogwaardige  FEI-elektronen microscoop die dat op Nano-niveau kan. Door contacten bij een bekend beveiligingsbedrijf was dat wel te regelen waarbij het securitysysteem zou worden omzeild. Er moest hoogwaardige software ontwikkeld worden om verfsoorten, pigmenten, bindingsmiddelen, houtsoorten, materialen zoals het origineel geweven canvas inclusief de spijkertjes, karakteristieke  penseelvoering in alle facetten en liefst ook nog een vingerafdruk  erop los te laten. Ook moest de verf versneld gedroogd worden in een mini-cyclotron om de veroudering tot op de juiste datum in 1885 te kunnen vergelijken. Een professor van de universiteit van Antwerpen had daar ervaring mee opgedaan en publicaties van zijn hand waren verschenen.  

Bij ASML, in de cleanrooms, zou dan de replica gemaakt kunnen worden met behulp van de Océ printer technieken die nu ook in 3D en in verschillende lagen uitgevoerd konden worden bij de voormalige werkgever van Jacques Vermeeren  Océ in Venlo en nadat bij van der Leegte een laatste generatie industriŽle robot waarmee exact de "reproductie" tot stand zou kunnen komen.

Ze waren al gespecialiseerd in het met grote precisie aanbrengen van sensoren en micro componenten. Na afloop van de tentoonstelling zou het schilderij verwisseld kunnen worden in dezelfde High-tech bus via een dubbele ruimte achter een geheime afscheiding. Iedereen was het erover eens dat het een geweldige uitdaging voor Brainport zou kunnen wezen. 

Vaak hadden Vincent en Toon  in de omgeving samen geschilderd zoals bij de Genneper Watermolen en er was zelfs een schilderij van Toon, waar de hand van Vincent nog te herkennen was en waarbij ze samen het schilderij gesigneerd hadden. Toon had zorgvuldig de techniek, kleur en materiaalgebruik van Vincent gekopieerd en volgens Vincent maakte hij hele goede vorderingen ondanks zijn leeftijd. 

Bij zijn vertrek uit Eindhoven naar Antwerpen in 1885 heeft Vincent nog een schilderij geschonken. Door het contact met nazaten van de amateurschilders uit die tijd kreeg Peter ook te horen dat Toon stiekem indertijd een doek had besteld bij Jan Baijens uit de Rechtestraat. Jan was de leverancier bij uitstek en contact voor de plaatselijke kunstenaars. Hij wreef ook zelf goedkopere verf  en leverde een doek  met dezelfde afmetingen als "de Aardappeleters" van Vincent voor Toon Kers. Toon had deze  tijd gebruikt om dat die in week tijd perfect na te schilderen. Gewoon  omdat hij wilde bewijzen wat hij geleerd had van Vincent en zijn vorderingen. Maar ook als een ode aan zijn leermeester. 

Hij verstopte het schilderij achter een gordijn en zette zijn eigen kopie op zijn schildersezel. Vincent mocht graag zijn Brandy drinken en toen hij langs wilde gaan bij Kerssemakers  om zijn schilderij op te halen kwam hij net van Dr. Karel v.d. Loo op de Willemstraat waar hij zich had laten onderzoeken omdat hij ongerust was over zijn gezondheid en  zenuwachtigheid. 

Deze huisarts van de van Goghís had al ooit de heup van moeder van Gogh  moeten zetten en met antigif de zelfmoord van Margo Begemann  voorkomen toen ze met Vincent in het veld wandelde en arsenicum had ingenomen ondanks haar ongelukkige liefde voor hem. Het consult bij Dr. v.d. Loo resulteerde er eigenlijk in dat de Emile Zola- achtige dokter de verzekering gaf dat Vincent nog best oud kon worden. Hij schreef een recept voor tegen een mondslijmontsteking van het  aftreksel van lepelkruid genaamd Cochlear, wat ook een beetje  een hallucinerend en een geestverruimend middel was en  verkrijgbaar was bij Apotheek Vrijman op de hoek van de Vrijstraat. 

Toen Vincent op de terugweg  naar Nuenen zijn  schilderij ging ophalen om mee te nemen was  Toon Kers  in de tuin van de Koninklijke Harmonie Apolloís lust met de bestuursleden daarvan die een vergadering hadden in de tuin. De vrouw van Toon Kers heeft toen per ongeluk de kopie meegegeven. Vincent had wel zijn twijfels maar kon zich eigenlijk ook niet meer precies herinneren wat hij in een roes had meegenomen. Het schilderij was verdraaid goed en uiteindelijk was Toon zo trots als een aap dat Vincent het verschil niet had gemerkt.   

Vincent zou het schilderij naar zijn broer Theo sturen in Parijs, maar Toon durfde toen aan niemand meer  te vertellen dat hij de kopie had gemaakt, hoewel dat vaak gebruikelijk was tussen leermeester en leerling.

Al die tijd was het origineel op zijn  zolder verborgen gebleven en nadat Toon overleden was en de boedel verdeeld kon niemand vermoeden wat een belangrijk schilderij op zolder had gestaan en voor zijn "kopie" was geen belangstelling.

Tijdens het Sinterklaas bombardement op 6 december 1942 is het huis van Anton Kerssemakers schuin tegenover het station, getroffen door de bommen en daarbij vernield zoals ook zijn schilderijen, maar ook het origineel van Vincentís Aardappeleters. 


 

Recalcitrant als de leden waren, ontstonden allerlei ideeŽn, theorieŽn en snode plannen,hoe van Gogh dan toch wereldwijd op de kaart gezet kon worden. De brainstormsessie begon uit de hand te lopen als ware het een samenzwering. Peter kwam met het idee om de allermodernste digi-kopie te maken van het schilderij met de allernieuwste technology van de 21 ste eeuw zoals die voorhanden was op de Campus, bij FEI-elektronische microscopen, die de top van de wereld waren en bij ASML met hub World-class chip-productie machines.

Tenslotte had Vincent ooit  bij Gestel een Litho gemaakt van "de Aardappeleters" en in aantallen laten afdrukken. Het lithografische procedé, door Senefelder uitgevonden in de 18 de eeuw, is in principe nog steeds hetzelfde  en gebaseerd op het scheiden van elementen die elkaar afstoten. 

Dit was weliswaar nu  een microscopisch mirakel geworden. Met het lenzenstelsel van Zeiss en de wafer-technology  is het een fluitje van een cent om deze litho op nano niveau op een chip aan te brengen.     

Maar wat te doen met een kopie  Iets moest bedacht worden dat de ware aardappeleters van Toon Kers op een geheime locatie verborgen zou blijven en later bewijzen dat "de museumversie" een duplicaat was. Frank zou ondertussen op zoek moeten gaan naar potentiŽle kopers en de verkoopwaarde zou geschat moeten worden op minstens 100 miljoen. Natuurlijk zouden er ook hoge kosten gemaakt worden, maar in het diepste geheim is afgesproken dat de grote "industriŽlen" van Eindhoven hun diensten zouden aanbieden, echter onder het mom van Europese Gemeenschap met hun research subsidie budgetten. Het verdiende geld moest dan wel geÔnvesteerd worden in de Cultuur van Eindhoven en in het potje van stichtingen terecht komen. Volgens Bart was dat allemaal wel te regelen.

Meulensteen werd benaderd om een heus Eindhoven-museum te bouwen voor de collectie en als alles lukte kon je dezelfde truc en investering gebruiken voor meerde werken van kunstenaars in musea rond de wereld. Meulensteen zou dan de echte krijgen en de kopieŽn netjes teruggeven tot dat een legertje van experts de collectie in Eindhoven als ECHT gewaarmerkt zouden hebben. 

Het Museum zou een multi-sensoriale beleving moeten hebben, gebaseerd op het gegeven dat Vincent van Gogh bij Hein van de Zande, indertijd de organist van de Sint Catharinakerk, pianolessen ging nemen omdat hij meende dat klank en kleur met elkaar in verband staan. Tegenwoordig noem men de verbinding tussen de zintuigen "synesthesia" en zou de Holy Grail kunnen wezen voor de Eindhovense Design wereld om daarin koploper te worden. De componist en muziekdocent Ad Maas zou met zijn pianospel de schilderijen  van klank kunnen voorzien zoals eerder vertoond in de TEDx presentatie van Peter op de High Tech Campus. 

Een spraakmakend museum zou net als het Poem Electronic op de wereldtentoonstelling in 1958 te Brussel indertijd ontworpen kunnen worden, waar ook Philips zich weer opnieuw  zou kunnen manifesteren t.o.v. hun concurrenten met hun meest geavanceerde elektronica.  Het museum zou bij voorkeur ontworpen moeten worden door John Kormeling en natuurlijk gebouwd door Stam en de Koning en het interieur verzorgd door Bart Hess die ook al de spraakmakende kleding voor Lady Gaga had bedacht. 

Volgens Hans Matheeuwsen zou de gehele operatie, vanaf de voorbereidingen tot de diefstal en verwisseling, in woord en beeld gebracht moeten worden en misschien zelfs wel verfilmd. 

Peter bedacht nog dat de  digitale scan gebruikt zouden kunnen worden om een holografische voorstelling in het museum te projecteren, zodat bezoekers zich zouden wanen in de hut van "de Aardappeleters" uit Gerwen. De suggestie om ook Toon Kers, als naaste vriend van Vincent, te herbegraven zoals Vincents broer Theo in de heuvels bij Auvers nabij Parijs  is helaas zittende de vergadering weggestemd.   

Alle genoemde personen zijn gefingeerd en elke gelijkenis met bestaande personen is hoogst toevallig en onbewust. 

Peter zit momenteel een gevangenisstraf uit omdat een medewerker van CityDynamiek alles had verraden. Echter: in zijn levenslange verbanning naar het Caribische gebied waar Paul Gauguin is gestorven, bereidt hij zich voor om ook daarover een spectaculaire vervalsingsactie te bedenken.

Ondertussen vragen ze zich in Eindhoven af of ze nog ooit last zullen hebben van Peter. Het stichtingsbestuur laat Frank nog wel altijd met de Kerstdagen een schildersdoosje met wat verf, penselen en een paar doekjes sturen zodat Peter altijd zich zal realiseren dat ware kunst zich niet laat bedriegen. 

Naar waarheid opgetekend en met groeten vanuit een zonnig eiland,

Peter, 5 mei 2013.