KINDERGRAFJES

In 2002 leerde ik Theo de Koning kennen (Broeder Sigbertus). Hij was als gepensioneerde broeder werkzaam op het kerkhof van de "Broeders der Liefde" op Eikenburg in de bossen achter de Aalsterweg. 
Terugkomend na vele jaren waar hij vanuit het pensionaat de gehele wereld over was gestuurd, zoals Afrika en Zuid Amerika, had hij als taak gekregen om het kerkhof bij te houden. Omdat ik regelmatig een wandeling maakte door de oude bossen en door de poort eens naar het kerkhofje ging kijken had ik hem daar aangetroffen, zittend op een bankje en wat tuingereedschap. Al snel kwamen we tot gemeenschappelijke onderwerpen. Ook vertelde hij dat hij nogal last had van vandalen die vernielingen aanbrachten en ook beeldjes van de graven hadden gestolen en ook regelmatig de bloemetjes  die hij daar plantte. Ik beloofde hem nieuwe beeldjes te maken volgens zijn beschrijving.
Tijdens een van de gesprekken vertelde hij ook dat hij onder de heggen een klein grafsteentje van een kind had gevonden. Door zijn navraag bleek dat men vroeger geen doodgeboren en dus ongedoopte kinderen mocht begraven in geweide grond. De baby'tjes waren doodgeboren in het nabijgelegen Sint Joseph ziekenhuis aan de Aalsterweg en direct van de moeder meegenomen zonder dat ze wisten wat ermee gebeurde. De tuinman van het ziekenhuis kwam dat dan 's avonds in het geheim brengen in een doosje zodat ze toch waardig begraven werden. Dat was dan niet op het kerkhofje zelf maar een ruimte geheel achteraan tegen en onder de begroeiing.
Echter had Theo een klein kinderkerkhofje gemaakt en ingericht. Theo ging op zoek  naar ouders die al jarenlang niet wisten wat er met hun doodgeboren kind gebeurd was. Steeds meer mensen hoorden van dit initiatief en kwamen heel vertederend een steentje leggen met de namen en "geboorte /overlijdens" datum. Ook brachten ze kinderspeelgoed wat ze nooit aan hun kind hadden kunnen geven. Soms maakten ze een monumentje. Om hem te helpen heb ik een liggende plaquette gemaakt met drie engeltjes.
Broeder overste begon genoeg te krijgen van teveel belangstelling en wilde de plaats ontruimen omdat er overleden broeders van andere locaties herbegraven moesten worden. Door mijn contacten met de media kon ik wat publiciteit krijgen, want het ging de broeder wel aan het hart dat de kindertjes voor de 2e maal niet welkom waren. Hij kon dus zijn verhaal doen en daardoor ontstond overmacht en kreeg hij een beetje verderop een ruimte om een klein kerkhofje in te richten. Ook maakte hij een gedicht en heeft een namenlijst opgehangen want een en ander werd steeds meer bekend. De doodgeboren kindertjes na 1967 mochten weer gewoon begraven worden.                                                                                                                                                                      
Om naast het kerkhofje toch wat meer aandacht te krijgen voor de plaats heb ik als aandenken een in klei gebakken embryo gemaakt en een 3-kantige betonnen sokkel gegoten en deze 's nachts stiekem op het kerkhofje geplaatst. Ook had ik een paar plastic vazen gekocht om bloemen in te kunnen zetten (zijn inmiddels ook gestolen). We hadden ook een namenlijst en brievenbusje aan een boom gehangen met een sleuf er in voor donaties. Als er weer wat geld was, sprong de broeder op zijn fiets en ging wat plantjes kopen ter verfraaiing van het kerkhofje.
In het brievenbusje werden ook bedankbriefjes en gedichten gestopt. Er kwamen steeds meer nieuwe namen bij. Ook ontmoetten we daar ouders die na zoveel jaren heel emotioneel reageerden en blij waren eindelijk een plekje te hebben om te treuren om hun nooit opgegroeide kindertjes.
Die gevoelens bleken nog heel diep te zitten en soms nog meer dan bij de kinderen die ze eventueel nog daarna gekregen hadden.
Ook bij de burgerlijke stand waren de namen natuurlijk niet bekend.
De ouders hadden hen namen gegeven en de datum in hun geheugen gegrift.
Broeder Sigbertus hield een boek bij met namen.
Echter, na zijn overlijden heb ik dat niet meer terug kunnen vinden.  
 
Peter Nagelkerke, 8-1-2013.