TEUN GIJSSEN

 
- TEUN GIJSSEN -
(zie ook: www.teungijssen.nl)

 
1910-2003
Brons, sokkel beton met fiets.
Locatie: Insectentuin van Kasteel Geldrop.
Onthuld op 30 september 2012 door Carla Hasenbos en Margaret Hooper.
Sponsoren en initiatief: Frans Graff en Ad Evers.
 
 
   




ONTHULLING BEELD OP 30 SEPTEMBER 2012 IN DE INSECTENTUIN VAN KASTEEL GELDROP
 
Het magische wezen en verschijnsel: Teun Gijssen.

Het wezen van Teun Gijssen is zoals zijn werk uitdrukt: bijna als een kameleon.
Steeds anticiperend op zijn indrukken van de wegen en verre zwerftochten die hij bewandelde.
Onconventioneel en driftig ploeterend, brassend met zijn doek, verf, paletmes en borstels en dan weer fijngevoelig en dromerig afgestemd op het onderwerp. Echter altijd hartstochtelijk en onbesuisd.

Ook zijn lieflijke zachtzinnige schetjes zijn zoals uit de etsen van Rembrandt en tekeningetjes uit de het zakboekje van Van Gogh.
Zijn stijl is niet te vatten en is net zo divers als zijn eigenzinnige begenadigde leven en ongrijpbaar om te verwoorden.
Zichzelf vernieuwend en toch ook steeds weer herhalend maar altijd authentiek.
Worstelt met de materie op een hele rake manier welke uniek en herkenbaar is en lyrisch impressionistisch.

Soms neigend naar Willem de Koning in het semi abstracte en dan weer woest als een Kokoschka en altijd de oerkracht en explosies van kleur.

Een man van zijn tijd, onbaatzuchtig en zich niets aantrekkend van de gangbare stijlen en zich afzettend daartegen en zijn weg gaande met eigen beeldkracht als een reflectie van zijn eigen leven vol tumult en reizen, vriendschappen en ruzies.

Sterke dynamische landschappen als natuurverschijnselen en veel vage edoch karaktervolle steden, aangegeven mensenfiguren, slechts met forse penseelstreken waarbij zijn grove handen bijna zichtbaar worden.

De beroemde foto op zijn fiets met zijn hele handel onder zijn arm en doos met materialen achterop zegt eigenlijk alles, zoals hij met de Zeeuwse kop in de wind door het Brabantse landschap trekt en in de aanval voor een nieuw schilderij.

 
 
Zijn kleding vol met verf, terpentijn, die je bijna ruikt en geurend naar wat hij wil uitdragen, vermengd met de dampen van zijn kot, de dieren, het landschap en de scheidslijn tussen zijn dorpen en wereldse steden waardoor hij meer dan in Nederland internationaal fameus is geworden.

Ongenaakbaar in het ritueel waar hij mee bezig is en de tomeloze energie om dat allemaal te vervatten in zijn werk, met ogen die het allemaal hebben gezien en ons laten meekijken in zijn wijsgerige Homerus-achtige kop.

Het verschijnsel van Teun is beschouwend balancerend tussen het boven- en onderaardse.
De rebelse zeggingskracht met filosofische inslag laat hij zien voor een goed verstaander.

De ene keer vrolijk en dan weer onheilspellend.
Hoewel zijn werk erg plaatselijk is waar dan ook ter wereld, is het van grootse internationale allure, monumentaal ontrokken aan de conventies
 
Hij worstelt met de wereld zoals met zichzelf, zoeken, zoekend, vloekend en geeft niet op.
Sommige werken zijn met een haast gemaakt, waaruit blijkt dat hij het belangrijkste moment uit tijdgebrek niet wilde verliezen.

Maar vooral prachtig erudiet zijn de stille achterblijfselen en de intimiteit die hij vastlegde bij het sterfbed van Sjo en Marinus (1979).
En hoe filosofisch, met respekt en verdriet geeft hij het verlaten van de ziel uit het lichaam weer.

Dit is een ongekende grootsheid, welke weinigen gegeven is en het in zijn werk laat voortleven door het aan ons te schenken.



 
 
PETER NAGELKERKE
 

 
VOOR HET FILMPJE VAN DE ONTHULLING, KLIK:
 
 
Afbeelding invoegen