POEME ELECTRONIQUE


Wederom uit de kast gehaald! 

Mijn fascinatie voor Poème électronique ontstond toen ik in 1958 achter op een NORTON motor, over de Belgische kasseien, als 14 jarige de wereldtentoonstelling in Brussel bezocht.

Het Atomium met de aluminium bollen was vanuit de verte al zichtbaar en een ware belevenis, echter het bezoek aan het Philips Paviljoen sensationeel te noemen en heeft diepe indruk gemaakt. De mathematische sculptuur van Le Corbusier en de multimedia show van nog geen 10 minuten was overweldigend en leek of je even "in space" verkeerde met de nog nooit vertoonde elektronische muziek of alleen maar geluid. Het gebouw met de uitzonderlijke architectuur en constructie is na afloop opgeblazen en vernietigd.

Bij Philips Design is nog vaak geprobeerd om het te laten herleven maar dat is nooit gelukt. Ondertussen zijn meerdere pogingen daartoe ontwikkeld en kwam het onderwerp elke 10 jaar wel ter sprake. In 1955 was Dick Raaijmakers afgestudeerd aan het conservatorium in den Haag en kwam bij Philips aan de lopende productieband te werken maar werd later assistent in het "Nat. Lab". De beroemd geworden kamer 603 stond vol met apparatuur en experimenteerde men er met elektronisch geluid, een nieuwe fascinerende techniek en niets was te gek. 

De "componisten" produceerden aanvankelijk balletten en opera muziek. Pionier Roelof Vermeulen is daarmee begonnen en in in 1940 experimenteerde  hij al met elektronische muziekinstrumenten. In 1957 componeerde Dick, met pseudoniem Kid Baltan, een elektronische Rumba. Deze bliebgeluidjes leken op de signalen van de Russische Sputnik die op 4-10-1957 in de ruimte rond de aarde draaide en van het eerste  popliedje "The song of the second moon" zijn overigens maar 2000 stuks van verkocht. 

De geluiden en structuren worden nog steeds gebruikt door enkele dj's van nu. Rond 1990 heb ik bij een kelderopruiming van Philips Design weer het rapport en beschrijving van het gebouw en muziek gevonden. Wederom was er een discussie om het te herbouwen in Eindhoven. Echter zaten we in de reorganisaties "Centurion" en voor dat soort "uitspattingen" was geen geld, nog aandacht. In 2008 is weer een serieuze poging ondernomen door Philips Design onder de toenmalige president Gerard Kleisterlee. De aanjagers waren reeds enige tijd Jeanne de Bont (zusje van de bekende filmer Jan de Bont) en haar partner Henk Lamers. Er is een projectteam samengesteld met een voorstel naar de Raad van Bestuur. Ook waren er initiatieven op de TU/e om met een voordeligere constructie en modernere bouwtechnieken de sculptuur te herbouwen, waar oorspronkelijk veel asbest in verwerk was.

Er was ook nog een oorspronkelijk schaalmodel opgedoken. Het hyper-para-bolische kunstwerk van Le Corbusier en Y. Xenakis met een oppervlakte van 400-500 vierkante meter en met de begeleiding indertijd van Louis Kalff het creatieve geweten bij Philips onder aanvoering van Frits Philips zelf, zou ook het oorspronkelijke muzikale gedicht uit 1958 van Edgar Varese herleven. Het architectonische hoogstandje van voorgespannen beton kostte goud om het te herhalen en er was discussie of het wel in Eindhoven dan wel in den Haag zou moeten komen.

De Stichting "Alice" maakte zich sterk voor het initiatief om het in Eindhoven te laten herleven. Ook was de vraag en discussie van verschillende partijen of je zo'n fossiel uit vroegere tijden wel moest kopiëren.  In Spectrum van het Eindhovens Dagblad (20 juni 2009) heeft Chris Paulussen nog een mooi artikel daarover geschreven en duidelijk samengevat. 

Uitdaging:

Mijn voorstel zou zijn om per vandaag weer een eigentijds nieuw kunstwerk te maken met dezelfde visuele manifestatie, echter passend in deze tijd en mogelijkheden van de technologie. Daarbij dacht ik aan een open structuur, gevormd door een reusachtig vissersnet ,maar dan met aangestuurde L.E.D.’s  op de knooppunten van de mazen waarbij de draden aangesloten en aangestuurd door een P.C. een 3-D screen vormen. Met een buizenstelsel kan het net gespannen worden als een natuurlijke "tent" in de mathematische vorm (en misschien wel verplaatsbaar?). 

Natuurlijk kijk je er dan dwars doorheen en is het geen "dak" waar je onder kan schuilen bij slecht weer. Maar door het licht waan je je dan toch in zo’n ruimte en ook van buiten zie je de iconische  vorm. Het oppervlak kan je aansturen en programmeren vanuit een P.C. en voorstellingen dynamisch zichtbaar maken. Daar kan alle ongelimiteerde creativiteit voor gebruikt worden zoals voorbijtrekkende wolken en vogels, graffiti-achtige taferelen of teksten van gedichten. Men kan  vanuit huis bedenksels mailen die dan wisselend op het oppervlak verschijnen. Eigenlijk is het dan een enorm gewelfd pixel-screen geworden door de L.E.D’s technologie en is dit al eens besproken op haalbaarheid met bedrijven uit de regio. 

Het kostenplaatje behoeft in elk geval geen zware fundamenten of constructies te bevatten en waarschijnlijk wat geavanceerde "elektronische tent-haringen". 

Door het verlichte dak krijg je aan de binnenzijde het multimediale oppervlak waar men presentaties kan projecteren met "klank en kleur" en helemaal  met de technologische manipulatie  van vandaag. Met de inspiratie van bijvoorbeeld  componist Ad Maas  kan je de schilderijen van Vincent van Gogh laten spelen, zoals Ad dat improviseerde tijdens m’n TEDx  presentatie op de Campus in 2011 te Eindhoven.

Vincent van Gogh nam pianolessen om verband te leggen tussen klank en kleur waarbij frequenties parallel lopen, wat al door Aristoteles en Newton is verondersteld. Ook Kandinski en Schonberg zouden dat soort pogingen wagen om harmonische composities te laten horen en zien.Het lijkt me een uitdaging en alternatief als een licht-tempel en ook een Culturele hoofdstad waardig. 

Peter Nagelkerke 1 juni 2013.        

 




























 


Ad Maas, zie ook TEDex














Poème frequenties